Luc De Ryck:

Beeldende kunst is een bodemloze wereld, waarvan de grenzen worden bepaald door de materie. Daarbinnen kan het wonderbaarlijke samenspel van hand, hart en geest gedijen en woekeren. Tijdloos. Eindeloos. Met steeds weer ruimte voor uitdieping en vernieuwing.

Onder de hedendaagse Vlaamse kunstenaars neemt Claudine De Voghelaere een plaats apart in.

De naam De Voghelaere heeft in Temse een bijzondere klankkleur. Vader Hubert (Gent, 1909 – Temse, 1967) was een veelzijdig erudiet, wetenschapper en pedagoog, met grote belangstelling voor literatuur en beeldende kunst.
Hij was de grondlegger van de Rijksmiddelbare School (huidig Koninklijk Atheneum) en bovendien de architect van haar succesrijke op- en uitbouw. Zijn kunstzin vertaalde hij in talrijke publicaties. Tot zijn meest opmerkelijke realisaties behoort zijn dochter Claudine, in wie hij in wezen verder leeft.

In de volière van de hedendaagse kunst fladdert zij als een rare vogel. Doorheen de jaren heeft zij de voedingsbodem van het aangeboren talent onophoudelijk gecultiveerd, ontplooid en verfijnd. De dampkring van haar jeugd – wezenlijk gekruid en gekleurd door haar vader – haar schoolse opleiding en vorming aan twee academies, (zelf)studie, motiverende onderscheidingen, haar werkzaamheden als lerares… hebben in haar geleidelijk een revolutie ontketend, krachtdadig gestuwd en versterkt door de drijfkracht van de ware kunstenaar: passie. Die vormde een niet te stuiten hefboom om steeds hoger, dieper en verder te reiken.

Claudine De Voghelaere koestert in zich de vrucht van een optimale symbiose van creativiteit en techniek, scheppingskracht en métier, kunst en ambacht.

De kunst van Claudine De Voghelaere draagt een heel eigen stempel. Op haar werk zijn de gevleugelde woorden van Oscar Wilde van toepassing: Kunst begint waar de nabootsing eindigt.

De kunstenares schept haar eigen werkelijkheid. Die vindt zijn wortels in de feitelijke realiteit, maar is gekneed en herkauwd, bewerkt en verwerkt, verfijnd en verdiept, (uit)gezuiverd en gebald… op een hoogst eigen-aardige en eigen-zinnige wijze. Die werkelijkheid is gefilterd, geraffineerd door haar vlees en bloed en (kunst)rijke persoonlijkheid. (Kunst)rijk, inclusief gevoelig, ontvankelijk, broos. Claudine is een seismograaf. Haar ziel is een snaarinstrument.

Haar oeuvre toont een natuurlijke ontwikkeling. Als zovele (groot)meesters is zij weggegroeid van de veelheid en het detail, en langs banen van geleidelijkheid geëvolueerd naar de essentie. En die essentie, geneveld in suggestief realisme met een magische zweem, heeft als hoeksteen: de smeltkroes van haar kennen, kunnen en (aan)voelen. Elk werk is in wezen een spiegel van haar eigen ik. Zij is – zoals Felix Timmermans het zou zeggen – echt als een okkernoot. Hier is geen poseur of actrice aan het werk. Elke creatie is hààr kind.

Haar werk heeft dan ook een heel eigen identiteit en persoonlijkheid. Ernaar kijkend zegt men niet: Dit is een grafisch werk, maar Dit is een Claudine De Voghelaere. En welk een compliment maken wij de kunstenares niet als wij haar omwille van haar hoogstaande eigenheid identificeren met haar stijlsterke scheppingen.

Claudine De Voghelaere is in haar werk zoals God in Zijn schepping: onzichtbaar en almachtig, men voelt haar overal, maar ziet haar nergens.

Temse is trots haar via de tentoonstelling Ficties en Fricties en de begeleidende monografie een nadrukkelijke plaats onder de zon te geven. Het is welverdiend! En het is haar van harte gegund!

Luc De Ryck

Voorzitter Gemeentelijk Cultuurcentrum en Werkgroep Kunst en Cultuur Temse Burgemeester